Column Arash Kargar – Het ongemakkelijke van respect
Het ongemakkelijke van respect
Toen ik als jonge Afghaanse nieuwkomer in Nederland aankwam, zat mijn koffer vol ongeschreven regels. De belangrijkste? Respect. Dat zat keurig strak ingepakt: je luistert naar ouderen, je volgt de traditie en je stelt vooral geen lastige vragen. Zo hielden we de boel bij elkaar. Je deed mee, of je lag eruit. Simpel.
Maar in Nederland werkte mijn handleiding niet meer. Hier was vragen stellen geen brutaliteit, maar betrokkenheid. Terugpraten was geen belediging, maar een teken van gelijkwaardigheid. Dat voelde in het begin als pure verwarring. Alsof de spelregels midden in de wedstrijd waren veranderd en ik de enige was die de nieuwe taal nog niet sprak.
Langzaam begon mijn idee van respect te rekken. Het ging niet meer alleen over ‘je gedragen’. Het ging over de kleine dingen, zoals je rommel niet op straat gooien, en over de grote dingen: iemand serieus nemen die totaal anders denkt dan jij. Soms betekende het je gelijk inslikken, en soms juist je mond opentrekken. Dat ging niet vanzelf; oude overtuigingen laten zich niet makkelijk loslaten.
De echte test kwam toen ik trainer werd. Ik hoorde daar vaak de mooie zin: “Je moet het wereldbeeld van de ander respecteren.” Dat klinkt goed, totdat je tegenover iemand staat die je probeert te bespelen. Ik had een deelnemer die loog, de groep tegen elkaar uitspeelde en mij openlijk uitdaagde. Alles in mij riep: Hier heb ik geen respect voor. Klaar.
Daar leerde ik iets moois: respect is niet hetzelfde als alles pikken of accepteren. Je hoeft slecht gedrag niet goed te praten. Wat je wél kunt doen, is de mens achter het gedrag blijven zien. Dat is geen zachte houding, maar hard werken. Het vraagt dat je je oordeel even parkeert op het moment dat je eigenlijk al met je conclusie klaarstaat.
Toen ik die deelnemer later apart sprak zakte de spanning. Achter het ‘irritante’ gedrag zat iemand die had geleerd dat je beter eerst kunt aanvallen voordat je zelf geraakt wordt. Dat maakte zijn gedrag nog steeds niet oké, maar het haalde hem wel uit de rol van vijand en bracht juist het menselijke in hem naar voren.
Sindsdien probeer ik minder snel iemand vast te pinnen op zijn gedrag. Niet omdat ik alles wil goedpraten, maar omdat ik heb gemerkt dat mensen zich pas laten zien als ze niet meteen worden weggezet. Maar juist als mens waardig worden behandeld. Dat lukt niet altijd. Soms ben ik ook gewoon klaar met iemand. Maar vaker dan vroeger lukt het me om even te blijven staan in plaats van meteen weg te lopen.
Respect is voor mij geen vaststaand begrip meer, maar een dynamisch proces waarin ik mijn waarden telkens opnieuw durf te bevragen en te verbreden. Soms voelt dat ongemakkelijk en onhandig, maar liever dat dan terug naar een respect dat zo strak is dat er geen ruimte meer blijft voor het mens-zijn. Misschien is echte groei wel te vinden in het durven loslaten van oude zekerheden.


Fotografie: Bianca Toeps