Column Hanneke Poelmans – Uitsmijter
Uitsmijter
“Wil je wat eten lieverd?”
Mijn vriend zit naast me op de bank. Het is al na 7 uur en we hebben er allebei een lange en intensieve dag opzitten. Hij was aan de andere kant van het land aan het werk, ik zat thuis in een heftige situatie. Via de app hebben we eerder op de dag ruzie gemaakt over iets rondom onze verhuizing. Hij is net thuisgekomen en nu zitten we hier, uitgeput op de bank.
“Mmm”, mompel ik.
“Wat zou je willen eten?”
“Weet ik toch niet!”, roep ik geïrriteerd.
“Heb je al gegeten?”
“Neehee!”, schreeuw ik nu, boos.
Vijf minuten verstrijken. Tien. Een kwartier. Mijn vriend staat niet op en ik zeg niet dat ik eigenlijk wel honger heb. Mijn hoofd barst bijna uit elkaar, zo vol zit het. Er gebeuren zoveel dingen tegelijk, dat ik het niet kan verwerken en ik bevries. Het heeft ook te maken met mijn post-boosheid. Het kan ontstaan wanneer ik veel stress heb (zoals ook nu), of heel moe ben (idem), of honger heb (goh). Dan kom ik niet meer uit mijn woorden en staar ik wezenloos voor me uit.
In mijn hoofd woedt echter een storm.
In mijn hoofd weet ik precies wat de ‘normale’ Hanneke zou zeggen. Het is de versie die ik graag zou zijn. Ik zou op een rustige, niet-verwijtende manier aangeven waarom de vragen mij overweldigen en waarom ze niet helpen, terwijl hij het goed bedoelt. In gedachten ben ik nog bij de ruzie. In mijn hoofd begrijp ik zijn perspectief daarin heel goed. Snap ik waarom hij deed wat hij deed en zei wat hij zei. Weet ik waar het vandaan kwam en wat verstandig zou zijn om te zeggen. En ook waarom ik zei wat ik zei en deed wat ik deed. Ik zie alle patronen en nuances. In mijn hoofd ben ik mild en begripvol.
In werkelijkheid ontplof ik.
“Waarom vraag je of ik iets wil eten, wacht je het antwoord niet af en vuur je daarna meteen nóg een vraag op me af?”
Het klinkt verwijtend en zo bedoel ik het ook.
Mijn vriend maakt excuses en ik reageer niet. Te boos.
Als ik pas na een hele tijd weer wat tot rust ben gekomen, komt de ‘echte’ Hanneke dicht in de buurt van de ‘Hanneke in gedachten’. Nu heb ik ruimte om mijn vriend rustig duidelijk te maken waarom zijn vragen averechts werken.
“Ik heb schakeltijd nodig”, leg ik uit.
“Je vraag kwam heel onverwacht. Hij moet dan eerst landen. Zodat ik bij mezelf na kan gaan of ik honger heb of niet. Nog beter is het als je eerst vraagt: heb je al iets gegeten? Dat is een neutrale vraag, waar ik makkelijk op kan antwoorden. Ik kan feitelijk antwoorden met ja of nee. Op die manier bouw ik voor mezelf wat tijd in om te wennen aan het idee van mogelijk iets eten. Als je daarna bijvoorbeeld vraagt ‘Denk je dat je een uitsmijter op zou kunnen?’ geef je me een concrete keuze waar ik op kan antwoorden. Door een suggestie te doen, versmal je voor mij alle mogelijke opties en kan ik gericht ja of nee zeggen op één ding. Je zou ook twee dingen kunnen noemen en me daaruit laten kiezen.”
Ik ben zowel trots op mezelf als beschaamd. Ik baal ervan dat ik als een klein kind met ‘trucjes’ benaderd moet worden. Ik wil een normale, volwassen vrouw zijn die rustig kan antwoorden op de vraag of ze iets wil eten, en dan zelf kan aangeven welk gerecht.
Tegelijkertijd ben ik trots: ik ben er trots op dat ik mezelf begrijp. Dat ik weet wat werkt en wat niet. In plaats van alleen boos te worden, snap ik nu waar mijn boosheid vandaan komt, en ook hoe die kan worden voorkomen. Dat dit vooral inspanning van mijn partner vergt, vind ik lastig. Daar is dat oordeel weer. ‘Hij is niet je persoonlijk begeleider. Hij kan niet rekening houden met alles. Waarom reageer je überhaupt zo moeilijk op zo’n simpele vraag? Wat zielig voor hem dat hij met jou moet samenleven. Hij bedoelt het zo goed. Hij wilde je verzorgen, eten voor je maken en dan doe je zó. Het is ook nooit goed.’ De innerlijke dialoog is volop aanwezig. Misschien ook wel in mijn vriend zijn hoofd. Ik zou het hem niet kwalijk nemen. In mijn hoofd, dan. Rationeel begrijp ik alles heel goed. Emotioneel heb ik mezelf niet altijd in de hand.
Maar samen groeien we, leren we. Gelukkig is onze liefde voor elkaar heel sterk. En bestaat onze relatie uit veel meer dan de situatie zoals ik hier schetste.
Mijn geweldige partner, de liefde van mijn leven, stond na mijn uitleg resoluut op en kondigde aan dat hij naar de keuken ging. Toen hij terugkwam lagen er twee boterhammen op een bordje met daarbovenop twee plakjes kaas en twee perfecte spiegeleieren. De lekkerste uitsmijter van de wereld.

Fotografie: Bianca Toeps 
