De juridische basis van het voorkeursbeleid

Organisaties zijn beperkt in hun registratie van diversiteitsgegevens van medewerkers. Het voorkeursbeleid (positieve actie) kan een uitzondering vormen, maar de AVG en de Gelijke Behandelingswetgeving stellen hier zeer strenge eisen aan.

Hoe zit de vork in de steel wat betreft de registratie en de uitvoering:

  1. De juridische basis: Voorkeursbeleid

In Nederland staat de wet toe dat je bij werving en selectie de voorkeur geeft aan kandidaten uit specifieke ondervertegenwoordigde groepen (meestal vrouwen of mensen met een migratieachtergrond). Dit mag echter alleen als:

  • Er sprake is van een structurele achterstand binnen die specifieke functiegroep.
  • Het beleid gericht is op het opheffen van die achterstand.
  • De maatregel proportioneel is (het mag niet verder gaan dan nodig).
  • Er altijd sprake is van gelijke geschiktheid: de kandidaat moet objectief gezien even gekwalificeerd zijn als de andere kandidaten.
  1. Registratie versus Selectie

Hier ontstaat de spagaat met de AVG. Hoewel je bij een sollicitatiegesprek mag vaststellen dat iemand tot een doelgroep behoort (omdat het beleid dat vereist), betekent dit niet dat je deze gegevens zomaar in een database mag ‘vinken’ en bewaren.

  • Tijdens de procedure: Je mag vragen of iemand tot een doelgroep behoort mits dit direct relevant is voor het toepassen van het voorkeursbeleid dat expliciet in de vacature tekst is vermeld.
  • Na de procedure: Zodra de keuze is gemaakt, vervalt vaak de grondslag om deze gegevens te bewaren. Je mag de etniciteit van de afgewezen kandidaten niet registreren voor toekomstige statistiek.
  1. Waarom “targets” niet automatisch registratie toestaan

Het hebben van targets (bijvoorbeeld: “in 2026 willen we 30% meer culturele diversiteit in de top”) geeft een werkgever geen vrijbrief om de etniciteit van alle instromende medewerkers vast te leggen in het personeelsdossier.

De Autoriteit Persoonsgegevens is hier heel duidelijk over: het doel (het halen van een target) heiligt niet de middelen (het registreren van bijzondere persoonsgegevens). Voor het monitoren van die targets moet je meestal gebruikmaken van anonieme methodes, zoals de CBS Barometer of De Inclusie Monitor.

De risico’s van registratie bij ‘gelijke geschiktheid’

Als een organisatie diversiteitsgegevens registreert bij de instroom om targets te checken, loopt zij twee risico’s:

  1. Privacy-risico: Boetes van de AP omdat er zonder wettelijke noodzaak bijzondere persoonsgegevens worden verwerkt.
  2. Discriminatie-risico: Als een afgewezen kandidaat vermoedt dat hij/zij niet is gekozen vanwege de geregistreerde kenmerken, ligt de bewijslast bij de werkgever. Het vastleggen van deze gegevens kan dan tegen de werkgever werken bij het College voor de Rechten van de Mens.

Kortom: Je mag voorkeursbeleid voeren bij gelijke geschiktheid, maar de AVG dwingt je om dit proces zo in te richten dat je geen herleidbare gegevens over afkomst of religie in je systemen opslaat. In de praktijk betekent dit vaak dat de selectiecommissie de afweging maakt op basis van wat er op tafel ligt, zonder dit als “hard gegeven” in het digitale dossier te verankeren.

 

Voor meer informatie over inclusieve werving en selectie of De Inclusie Monitor, neem contact op via info@natuurlijkinclusief.nl

De impact van de AVG op de ‘Employee Journey’

Het verzamelen van data over de achtergrond van medewerkers, vaak onder de noemer Diversiteit, Gelijkheid en Inclusie (DGI), is voor veel organisaties een nobel streven. De bedoeling erachter is het kunnen meten van de voortgang van inclusie targets en in hoeverre medewerkers gelijke kansen hebben, op basis van hun achtergrond. Echter, zodra deze ambities botsen met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), ontstaat er een juridisch mijlveld.

In Nederland heerst een strikt regime: het registreren en volgen van diversiteitsgegevens bij de instroom, doorstroom en uitstroom is in de basis verboden. Hieronder lees je waarom de privacywetgeving deze blokkade opwerpt en wat de weinige uitzonderingen zijn.

  1. De kwalificatie als ‘Bijzondere Persoonsgegevens’

De AVG maakt een scherp onderscheid tussen gewone persoonsgegevens (zoals een naam of adres) en bijzondere persoonsgegevens. Gegevens over iemands culturele- of etnische afkomst, religie of gezondheid vallen onder deze laatste categorie.

Omdat deze gegevens uiterst gevoelig zijn en misbruik kan leiden tot discriminatie of stigmatisering, stelt de AVG (artikel 9) dat de verwerking hiervan principieel verboden is, tenzij er een specifieke wettelijke uitzondering van kracht is.

  1. Het ontbreken van een wettelijke grondslag

Voor de meeste bedrijven in Nederland ontbreekt een wettelijke verplichting om bijvoorbeeld de etniciteit van medewerkers vast te leggen. In tegenstelling tot landen als de VS of het VK, waar ‘equal opportunity monitoring’ soms verplicht is, kent de Nederlandse Uitvoeringswet AVG (UAVG) deze verplichting niet voor de private sector.

Zonder deze specifieke wettelijke grondslag mag een werkgever deze data simpelweg niet opslaan in een personeelsdossier, ook niet als het doel (het bevorderen van diversiteit) positief is.

  1. De kwetsbaarheid van ‘Toestemming’

Een veelgehoorde gedachte is: “Als de medewerker zelf toestemming geeft, mag het wel, toch?” Onder de AVG moet toestemming vrijelijk worden gegeven. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) stelt echter dat er tussen werkgever en werknemer sprake is van een gezagsverhouding. Hierdoor is een werknemer afhankelijk van de werkgever, wat echte keuzevrijheid in de weg staat. Toestemming wordt in deze context bijna nooit als een geldige juridische basis beschouwd voor het verwerken van bijzondere persoonsgegevens.

Impact op de ‘Employee Journey’

Het verbod heeft gevolgen voor alle fasen van het dienstverband:

  • Instroom: Bij sollicitaties mag niet worden gevraagd naar afkomst of religie om “quota” te checken. Dit voorkomt dat selectiebeslissingen (onbewust) op onjuiste gronden worden genomen. Een uitzondering hierop kan zijn wanneer er een voorkeursbeleid is vastgelegd (positieve actie), maar de AVG en de Gelijke Behandelingswetgeving stellen hier zeer strenge eisen aan.
  • Doorstroom: Het monitoren of bepaalde minderheidsgroepen minder snel promotie maken, is technisch onmogelijk als de data niet gekoppeld mag worden aan individuen.
  • Uitstroom: Analyseren of een specifieke groep de organisatie vaker verlaat (bijvoorbeeld door een onveilige cultuur) mag niet op basis van individuele registratie.

Hoe kan het dan wél?

Hoewel individuele registratie verboden is, stimuleert de overheid diversiteit wel. De oplossing ligt in anonimiteit en aggregatie:

  1. Anonieme Enquêtes: Organisaties mogen medewerkers vragen naar hun achtergrond in een volledig anoniem medewerkersonderzoek, waarbij de data op geen enkele wijze herleidbaar is naar een individu. Een nadeel hiervan is dat de data nog steeds niet ‘gevolgd’ kan worden.
  2. Culturele Barometer: Het CBS biedt voor grotere organisaties de ‘Barometer Culturele Diversiteit’. Hierbij koppelt het CBS personeelslijsten aan eigen data over herkomst, zonder dat de werkgever ooit ziet wie welk label heeft. De werkgever krijgt alleen een geaggregeerd rapport over de gehele populatie. De nadelen hiervan zijn dan het geldt voor grote organisaties én alleen de culturele diversiteit betreft.
  3. Positieve Actie: Alleen in zeer specifieke, wettelijk onderbouwde gevallen van voorkeursbeleid (om een structurele achterstand van een bepaalde groep op te heffen) mag er onder strikte voorwaarden tijdelijk geregistreerd worden.
  4. De Inclusie Monitor: Natuurlijk Inclusief® biedt voor organisaties ‘De Inclusie Monitor’. Hierbij ontvangen medewerkers periodiek een link naar een aparte omgeving en beantwoorden zij vragen over diversiteit, inclusie, toegankelijkheid en kansen. De werkgevers ontvangen een geaggregeerd rapport en een kwalitatieve duiding. De organisatie bepaalt zelf hoe breed inclusie wordt uitgevraagd en kan op statistisch niveau de in-, door-, en uitstroom volgen. De monitor is volledig AVG-compliant en niet terug te leiden naar personen.

Conclusie: De AVG beschermt de persoonlijke levenssfeer door te voorkomen dat medewerkers “gelabeld” worden in bedrijfsdatabases. Voor HR-afdelingen betekent dit dat zij diversiteit moeten bevorderen via cultuur en anonieme inzichten, in plaats van via individuele tracking, tenzij zij gebruik maken van De Inclusie Monitor.

 

Voor meer informatie over De Inclusie Monitor of een strategiegesprek op maat, neem dan contact op via info@natuurlijkinclusief.nl

Column Hanneke Poelmans – Rust

Mijn hoofd staat nooit stil. Altijd zijn er gedachten, woorden, flarden van gesprekken, dagdromen en bijna altijd is er muziek. Een liedje dat urenlang op repeat staat in mijn hoofd, soms een hele dag lang. En ook in mijn slaap gaat het door. Ik weet niet beter, het hoort bij mij. ’T giet zoas ’t giet, zoals Skik zong (en dat dan duizend keer…). Maar soms verlang ik naar rust. Niet naar complete stilte. Ik zou het doodeng vinden om niks meer te denken. Maar vooral geen anxiety meer. Die constante onder alles liggende angst voor situaties. Dat ik iets verkeerds zeg of doe, dat ik iets vergeet, dat ik een blunder bega of iemand beledig zonder het te merken. Elke situatie is voor mijn autistische brein als nieuw. Er is geen automatische piloot. Dus ik moet constant scherp zijn. Aanstaan. De normale dagelijkse taken bezorgen me al stress. En ik moet me supergoed concentreren. Anders lukt het niet. Multitasken is aan mij als autist niet besteed. Tegen me praten terwijl ik een ei bak? Liever niet. Ik heb niet voor niets een automatenrijbewijs. Schakelen lukte mij letterlijk niet.

Als kind dacht ik dat iedereen dat had. Dat iedereen continu een innerlijke monoloog voerde in zijn hoofd. Dat iedereen muziek hoorde. Kinderen voor Kinderen bevestigde dat met het fantastische nummer Ik word altijd wakker met een wijsje in mijn hoofd. Pas veel later begreep ik dat er ook mensen zijn die soms niks denken. Geen stemmetje dat situaties tot in den treure analyseert, vooraf, tijdens én na de gebeurtenis. Rust.

Vorige week was het Autismeweek rondom de vraag ‘Wat is rust voor jou?’. De Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA) lanceerde de campagne om mensen erop te wijzen dat rust voor mensen met autisme cruciaal is, zeker in een wereld vol met prikkels. De NVA riep op om stil te staan bij hoe we onze maatschappij en publieke ruimtes inrichten. ‘Creëren we wel genoeg ruimte voor rust?  En geven we anderen wel voldoende ruimte om dingen in hun eigen tempo te doen?’ De vereniging vroeg om meer rustige plekken en momenten, meer omgevingen zonder onnodige prikkels. Om zo ruimte voor autisme te maken.

Ironisch genoeg was het door de Autismeweek megadruk. Het hele land liep over van de activiteiten, zo leek het. Ook op de radio, op tv en in de kranten werd er volop aandacht besteed aan deze week. Op LinkedIn verzuchtte autisme-expert Peter Vermeulen dat al die aandacht juist voor overprikkeling zorgde. Toch is het positief dat er tegenwoordig zoveel over autisme te horen en te leren valt. Afgelopen periode kwam een recordaantal boeken uit van autistische vrouwen. Ik heb ze allemaal besteld en ga ze met veel plezier lezen.

Het is mooi dat er meer aandacht komt voor prikkelvrije ruimtes en meer rust op openbare plekken. Het moment dat er geen muziek meer aanstaat in winkels, wachtkamers of bedrijfskantines kan voor mij niet snel genoeg komen. Toch neemt dat de drukte in mijn hoofd niet weg. Een van de mooiste momenten van de film The Truman Show vind ik de eindscène waarbij hoofdpersoon Truman (Jim Carrey) wordt toegesproken door Christof (Ed Harris), de regisseur die bleek het hele leven van Truman in scène te hebben gezet. Truman roept hem dan toe: ‘You never had a camera in my head, did you?’ Zijn hoofd was de enige plek waar hij vrij kon zijn, waar géén camera was die hem in de gaten hield. Het is een van de krachtigste eigenschappen van ons menszijn. Die Gedanken sind frei. Ook in dit AI-tijdperk een geruststellende gedachte. Maar wat als je hoofd een gevangenis is? De gedachten zijn vrij. Maar soms hoop ik op bevrijding.

Column Arash Kargar – Brengt mijn werkplek mij dichter bij mezelf…?

Brengt mijn werkplek mij dichter bij mezelf of leer ik er vooral beter maskeren?

Steeds vaker lees ik het in vacatures: “Breng jezelf mee.” “Hier mag je volledig jezelf zijn.” “Wij omarmen diversiteit.” Klinkt heerlijk, toch? Zo’n plek waar je niet hoeft te worstelen om erbij te horen, waar je niet elke dag je identiteit op de proef hoeft te stellen. Je wilt het geloven. Maar de werkelijkheid is vaak weerbarstiger.

Het is maandagochtend. Je stapt de werkvloer op, je laptop zoemt, je schuift aan bij de eerste meeting. Tussen de “Hoe was je weekend?” en “Zullen we beginnen?” duikt er een prikkelende vraag op: Is dit een plek waar ik dichter bij mijn ware zelf kom? Of leer ik hier vooral hoe ik mezelf moet aanpassen, hoe ik maskers opzet die me veilig houden?

Iedereen kent ze: overlevingsstrategieën. Ze zijn niet fout, ze zijn slim. Ze hebben ons ooit geholpen. Pleasen zodat je erbij hoort. Controleren om niet te falen. Grappen maken om ongemak te verzachten. Hard werken zodat niemand aan je twijfelt. Je hersenen kiezen automatisch voor veiligheid, lang voordat je bewust kiest voor echtheid.

Maar wat kost het je als dit je standaard wordt? Misschien herken je het wel: niet uitgeput door het werk zelf, maar door het toneelspel. Alsof je twee banen hebt; één waarin je je werk doet, én één waarin je jezelf constant corrigeert. De pijnlijke vraag: ben ik hier echt mezelf, of speel ik vooral dat ik mezelf ben? Dat “doen alsof” is verraderlijk. Het lijkt op jou. Het klinkt als jou. Maar het mist de rust, die ontspanning van niet steeds hoeven bewijzen dat je oké bent.

Deze vraag is niet alleen persoonlijk, hij is ook organisatorisch. Als een organisatie roept “Wees jezelf!”, is daar dan ook de veiligheid om dat echt te durven? Of blijft het hangen aan een poster in de gang? Wat gebeurt er als iemand zegt: “Ik weet het even niet”? Mag stilte er zijn? Mag je nee zeggen? Mag je het oneens zijn, zonder meteen als ‘lastig’ te worden gezien?

Misschien moeten we vacatureteksten eerlijker maken. Niet: “Wees gewoon jezelf.” Maar: “Wat heb jij nodig om jezelf te laten zien; zonder dat het je positie kost?”

Want alleen in een omgeving waar je niet constant hoeft te maskeren of aan te passen, ontstaat echte ruimte. Daar kun je ontspannen, daar mag je vertrouwen op wie je bent. Je hoeft niet steeds te vechten om erbij te horen. Dan gaat je energie niet langer op aan acteren, maar kun je die volledig inzetten voor je werk, je team, je groei. Dat is het verschil tussen echt jezelf zijn en alleen spelen dat je jezelf bent. Authenticiteit moet niet alleen beloofd worden, maar voelbaar zijn. Dáár begint het.

Column Arash Kargar – Het ongemakkelijke van respect

Het ongemakkelijke van respect

Toen ik als jonge Afghaanse nieuwkomer in Nederland aankwam, zat mijn koffer vol ongeschreven regels. De belangrijkste? Respect. Dat zat keurig strak ingepakt: je luistert naar ouderen, je volgt de traditie en je stelt vooral geen lastige vragen. Zo hielden we de boel bij elkaar. Je deed mee, of je lag eruit. Simpel.

Maar in Nederland werkte mijn handleiding niet meer. Hier was vragen stellen geen brutaliteit, maar betrokkenheid. Terugpraten was geen belediging, maar een teken van gelijkwaardigheid. Dat voelde in het begin als pure verwarring. Alsof de spelregels midden in de wedstrijd waren veranderd en ik de enige was die de nieuwe taal nog niet sprak.

Langzaam begon mijn idee van respect te rekken. Het ging niet meer alleen over ‘je gedragen’. Het ging over de kleine dingen, zoals je rommel niet op straat gooien, en over de grote dingen: iemand serieus nemen die totaal anders denkt dan jij. Soms betekende het je gelijk inslikken, en soms juist je mond opentrekken. Dat ging niet vanzelf; oude overtuigingen laten zich niet makkelijk loslaten.

De echte test kwam toen ik trainer werd. Ik hoorde daar vaak de mooie zin: “Je moet het wereldbeeld van de ander respecteren.” Dat klinkt goed, totdat je tegenover iemand staat die je probeert te bespelen. Ik had een deelnemer die loog, de groep tegen elkaar uitspeelde en mij openlijk uitdaagde. Alles in mij riep: Hier heb ik geen respect voor. Klaar.

Daar leerde ik iets moois: respect is niet hetzelfde als alles pikken of accepteren. Je hoeft slecht gedrag niet goed te praten. Wat je wél kunt doen, is de mens achter het gedrag blijven zien. Dat is geen zachte houding, maar hard werken. Het vraagt dat je je oordeel even parkeert op het moment dat je eigenlijk al met je conclusie klaarstaat.

Toen ik die deelnemer later apart sprak zakte de spanning. Achter het ‘irritante’ gedrag zat iemand die had geleerd dat je beter eerst kunt aanvallen voordat je zelf geraakt wordt. Dat maakte zijn gedrag nog steeds niet oké, maar het haalde hem wel uit de rol van vijand en bracht juist het menselijke in hem naar voren.

Sindsdien probeer ik minder snel iemand vast te pinnen op zijn gedrag. Niet omdat ik alles wil goedpraten, maar omdat ik heb gemerkt dat mensen zich pas laten zien als ze niet meteen worden weggezet. Maar juist als mens waardig worden behandeld. Dat lukt niet altijd. Soms ben ik ook gewoon klaar met iemand. Maar vaker dan vroeger lukt het me om even te blijven staan in plaats van meteen weg te lopen.

Respect is voor mij geen vaststaand begrip meer, maar een dynamisch proces waarin ik mijn waarden telkens opnieuw durf te bevragen en te verbreden. Soms voelt dat ongemakkelijk en onhandig, maar liever dat dan terug naar een respect dat zo strak is dat er geen ruimte meer blijft voor het mens-zijn. Misschien is echte groei wel te vinden in het durven loslaten van oude zekerheden.

 

Column Hanneke Poelmans – Uitsmijter

Uitsmijter

“Wil je wat eten lieverd?”
Mijn vriend zit naast me op de bank. Het is al na 7 uur en we hebben er allebei een lange en intensieve dag opzitten. Hij was aan de andere kant van het land aan het werk, ik zat thuis in een heftige situatie. Via de app hebben we eerder op de dag ruzie gemaakt over iets rondom onze verhuizing. Hij is net thuisgekomen en nu zitten we hier, uitgeput op de bank.
“Mmm”, mompel ik.
“Wat zou je willen eten?”
“Weet ik toch niet!”, roep ik geïrriteerd.
“Heb je al gegeten?”
“Neehee!”, schreeuw ik nu, boos.

Vijf minuten verstrijken. Tien. Een kwartier. Mijn vriend staat niet op en ik zeg niet dat ik eigenlijk wel honger heb. Mijn hoofd barst bijna uit elkaar, zo vol zit het. Er gebeuren zoveel dingen tegelijk, dat ik het niet kan verwerken en ik bevries. Het heeft ook te maken met mijn post-boosheid. Het kan ontstaan wanneer ik veel stress heb (zoals ook nu), of heel moe ben (idem), of honger heb (goh). Dan kom ik niet meer uit mijn woorden en staar ik wezenloos voor me uit.

In mijn hoofd woedt echter een storm.

In mijn hoofd weet ik precies wat de ‘normale’ Hanneke zou zeggen. Het is de versie die ik graag zou zijn. Ik zou op een rustige, niet-verwijtende manier aangeven waarom de vragen mij overweldigen en waarom ze niet helpen, terwijl hij het goed bedoelt. In gedachten ben ik nog bij de ruzie. In mijn hoofd begrijp ik zijn perspectief daarin heel goed. Snap ik waarom hij deed wat hij deed en zei wat hij zei. Weet ik waar het vandaan kwam en wat verstandig zou zijn om te zeggen. En ook waarom ik zei wat ik zei en deed wat ik deed. Ik zie alle patronen en nuances. In mijn hoofd ben ik mild en begripvol.

In werkelijkheid ontplof ik.
“Waarom vraag je of ik iets wil eten, wacht je het antwoord niet af en vuur je daarna meteen nóg een vraag op me af?”
Het klinkt verwijtend en zo bedoel ik het ook.
Mijn vriend maakt excuses en ik reageer niet. Te boos.

Als ik pas na een hele tijd weer wat tot rust ben gekomen, komt de ‘echte’ Hanneke dicht in de buurt van de ‘Hanneke in gedachten’. Nu heb ik ruimte om mijn vriend rustig duidelijk te maken waarom zijn vragen averechts werken.

“Ik heb schakeltijd nodig”, leg ik uit.
“Je vraag kwam heel onverwacht. Hij moet dan eerst landen. Zodat ik bij mezelf na kan gaan of ik honger heb of niet. Nog beter is het als je eerst vraagt: heb je al iets gegeten? Dat is een neutrale vraag, waar ik makkelijk op kan antwoorden. Ik kan feitelijk antwoorden met ja of nee. Op die manier bouw ik voor mezelf wat tijd in om te wennen aan het idee van mogelijk iets eten. Als je daarna bijvoorbeeld vraagt ‘Denk je dat je een uitsmijter op zou kunnen?’ geef je me een concrete keuze waar ik op kan antwoorden. Door een suggestie te doen, versmal je voor mij alle mogelijke opties en kan ik gericht ja of nee zeggen op één ding. Je zou ook twee dingen kunnen noemen en me daaruit laten kiezen.”

Ik ben zowel trots op mezelf als beschaamd. Ik baal ervan dat ik als een klein kind met ‘trucjes’ benaderd moet worden. Ik wil een normale, volwassen vrouw zijn die rustig kan antwoorden op de vraag of ze iets wil eten, en dan zelf kan aangeven welk gerecht.
Tegelijkertijd ben ik trots: ik ben er trots op dat ik mezelf begrijp. Dat ik weet wat werkt en wat niet. In plaats van alleen boos te worden, snap ik nu waar mijn boosheid vandaan komt, en ook hoe die kan worden voorkomen. Dat dit vooral inspanning van mijn partner vergt, vind ik lastig. Daar is dat oordeel weer. ‘Hij is niet je persoonlijk begeleider. Hij kan niet rekening houden met alles. Waarom reageer je überhaupt zo moeilijk op zo’n simpele vraag? Wat zielig voor hem dat hij met jou moet samenleven. Hij bedoelt het zo goed. Hij wilde je verzorgen, eten voor je maken en dan doe je zó. Het is ook nooit goed.’ De innerlijke dialoog is volop aanwezig. Misschien ook wel in mijn vriend zijn hoofd. Ik zou het hem niet kwalijk nemen. In mijn hoofd, dan. Rationeel begrijp ik alles heel goed. Emotioneel heb ik mezelf niet altijd in de hand.

Maar samen groeien we, leren we. Gelukkig is onze liefde voor elkaar heel sterk. En bestaat onze relatie uit veel meer dan de situatie zoals ik hier schetste.

Mijn geweldige partner, de liefde van mijn leven, stond na mijn uitleg resoluut op en kondigde aan dat hij naar de keuken ging. Toen hij terugkwam lagen er twee boterhammen op een bordje met daarbovenop twee plakjes kaas en twee perfecte spiegeleieren. De lekkerste uitsmijter van de wereld.

 

 

Blog Crystal Ziel – Overtuigingen

Overtuigingen

Overtuigingen, we hebben ze allemaal en ze bepalen voor een groot deel ons gedrag. Al vroeg in onze kindertijd zijn overtuigingen gevormd over onszelf en onze omgeving. Wanneer we een nieuwe gebeurtenis op ons pad krijgen, interpreteren we die gebeurtenis door de lens van onze overtuigingen en kiezen we gedrag dat die in stand houdt. Dit hoeft zeker niet in positieve zin te zijn. Als ik als kind continu werd bekritiseerd, zal ik als volwassene de meeste interacties met anderen interpreteren als kritiek. Vraagt mijn partner om hulp? Hij vindt dat ik niet genoeg doe en alles wat ik doe is negatief. Geeft een leidinggevende feedback? Deze is per definitie negatief. Doordat ik die situaties (onterecht) interpreteer als negatief, zal ik me ook daarnaar gaan gedragen. Misschien snauw ik naar mijn partner. Misschien ben ik ‘de constante stroom van kritiek’ van mijn leidinggevende zat en gooi er vervolgens met de pet naar. Vervolgens krijg ik te maken met een ‘selffulfilling prophecy’. Doordat ik steeds tegen mijn partner snauw, wordt zijn gedrag ook minder aardig. Doordat ik er op mijn werk met de pet naar gooi, heeft mijn leidinggevende daadwerkelijk kritiek en misschien raak ik mijn baan wel kwijt.

Iedereen zal situaties herkennen waar overtuigingen (ik ben niet goed genoeg, ik kan dit niet, iedereen is tegen mij, alles wat ik doe mislukt) bepalend zijn voor hoe een situatie overkomt, ervaren wordt, voelt. En is het niet vaak zo dat we denken dat we de enigen zijn met deze gevoelens? Dat niemand ons begrijpt? Dat wanneer iemand een andere interpretatie van de situatie heeft die misschien wat positiever is, diegene er helemaal niks van heeft begrepen? Wat maken we het onszelf soms onnodig moeilijk. En wat is het ingewikkeld om deze overtuigingen los te laten of te vervangen met iets positiefs.

Wanneer we het rond het thema inclusie over overtuigingen hebben, dan hebben we het vaak over ándere overtuigingen: biases en onbewuste vooroordelen. Overtuigingen over andere groepen mensen die maken dat we ze minder goed behandelen, benadelen, over het hoofd zien, buiten de samenleving plaatsen. Toch zijn de overtuigingen die wij over onszelf hebben net zo schadelijk en werken ook zij inclusie tegen. Sterker nog, ze zijn vaak de reden dan onze band met anderen verslechtert en we vergeten hoe verbonden we eigenlijk zijn.

Want als je het heel plat maakt, zijn we al inclusief. Een samenleving bestaat uit iedereen die er deel van uitmaakt. Wat maakt dat we het niet inclusief vinden is hoe we al deze ‘delen’ behandelen en faciliteren. Hoewel ieder lid van de samenleving evenveel waard is en evenveel waarde voor die samenleving heeft, doen we net of dit niet waar is. De mensen die in onze ogen meer waarde hebben, hebben het beter in het leven. De maatschappij is voor hen ingericht en ze hebben kansen verder te groeien en te ontplooien. De mensen die minder waarde hebben, hebben minder.

Het feit dat onze maatschappij zo ingericht is en blijft, is omdat we dit met z’n allen toestaan. Want laten we eerlijk zijn; als we écht wilden dat er geen armoede, discriminatie of uitsluiting meer was, dan konden we dat toch realiseren? Het is een confronterende uitspraak en ik realiseer me dat het onprettig is te lezen. Ik vind het zelf ook onprettig, want ik ben óók één van die mensen die het laat bestaan. Dat ik jarenlang actief ben binnen de armoedebestrijding en dagelijks werk aan inclusie en perspectief maakt me geen haar beter. Ik zal uitleggen waarom.

Op het moment dat ik denk dat ik minder ben dan een ander en een ander dus meer, geef ik toe dat er mensen zijn die meer en minder waard zijn. Als ik vind dat ik niet genoeg doe omdat ik een beperking heb, zeg ik eigenlijk dat mensen die een beperking hebben niet genoeg doen. Als ik vind dat ik geen invloed heb omdat ik niet in de politiek zit, dan ontneem ik de miljoenen stemmen die niet in de politiek zitten van hun geluid.

Het is heel makkelijk te denken dat de ander heel groot, machtig en invloedrijk is en wij zelf klein en onbetekenend. En natuurlijk hebben we allemaal onze cirkel van invloed en allemaal onze rol. Maar al die rollen en cirkels hebben evenveel waarde. We zijn állemaal evenveel waard. We hebben állemaal invloed, allemaal een stem. Dat ervaren we vaak niet zo, dat voelt vaak niet zo, maar het is wel waar.

En dit is waarom werken aan een inclusieve samenleving begint bij onze eigen overtuigingen. Niet in de eerste plaatst die over een ander, maar die over onszelf (we komen dan vanzelf wel bij die ander terecht). Het is prachtig wanneer we strijden voor inclusie, maar wanneer we dat enkel buiten onszelf doen, dan lopen we weg voor het echte probleem. Het vraagt moed om naar binnen te kijken en te zien dat je je meer of minder dan een ander voelt en dat dit invloed heeft op je gedrag. Het vraagt moed om het anders te doen, voor jezelf én die ander.

Als je vandaag die moed niet hebt, dat is oké. Laat de woorden van deze blog op je inwerken en merk of je er nu iets mee kan. Misschien is nu niet het moment en dat is ook oké. Het belangrijkste wat je vandaag mee kan nemen uit dit verhaal is de wetenschap dat jij zo ongelooflijk veel waarde hebt. De samenleving kan niet zonder jou, want je bent een belangrijke schakel in het geheel. Door gewoon te zijn wie je bent en te vertrouwen op die waarde, breng je zoveel aan de wereld om je heen. Elke dag dat je iemand spreekt, mailt of aankijkt, raak je die persoon. Je hebt altijd invloed op jouw omgeving. Ik wens je toe dat je dit kan aannemen, jouw waarde kan ervaren en dat je die invloed vanuit je hart gebruikt.

 

PS: We hebben een mooie Masterclass over Belemmerende Overtuigingen met antropologe Inge Orlemans. Je vindt de opname hier.

 

 

Wat is er nodig voor succesvolle verandering?

Wat is er nodig voor succesvolle verandering?

Inclusie gaat over veranderen en veranderen is moeilijk. Wij mensen zijn niet zo van het veranderen. We blijven liever vasthouden aan onze patronen, overtuigingen en gedrag. Omdat dit comfortabel voelt, veilig voelt en wie wil er nu niet comfortabel en veilig zijn? Er zijn altijd omstandigheden in ons leven te vinden die ons dwingen te veranderen. Omdat de status quo ons beschadigt of omdat we anders niet verder komen. Zelfs in die omstandigheden is veranderen moeilijk, oncomfortabel en vaak ook spannend of eng. Toch zetten we door – omdat we niet anders kunnen of niet anders willen, en dit brengt meteen aan het licht waarom inclusie zo ingewikkeld kan zijn: de urgentie ontbreekt.

Wanneer bedrijven zich willen richten op het worden van een meer inclusieve organisatie, dan kan dit verschillende redenen hebben. Soms omdat het moet, omdat er regels zijn die vragen om een meer inclusieve insteek. De urgentie is er, maar niet binnen de hele organisatie. Een directie of management kan zien dat het nodig is en de beweging inzetten, maar voor medewerkers is er iets anders nodig om te veranderen. Daarover later meer.

Veel organisaties lopen al enige tijd aan tegen de krapte op de arbeidsmarkt. Het dwingt ze hun vleugels uit te slaan en op zoek te gaan naar andere kandidaten dan op wie ze zich altijd richtten. Werken aan een inclusief werving- en selectieproces kan hierbij helpen en daarmee een reden voor inclusie zijn. Maar wat als je die andere kandidaten binnen hebt? Is je organisatie dan inclusief genoeg? Heb je alle medewerkers (en dus collega’s en leidinggevenden van die andere kandidaten) mee kunnen krijgen in de verandering die inclusie is?

En zelfs wanneer een organisatie en al haar medewerkers intrinsiek gemotiveerd zijn om inclusie een plek te geven binnen hun organisatie. Zelfs wanneer iedereen gelooft in de beweging, moet de beweging nog plaatsvinden. Die beweging is een veranderingsproces. En voor verandering zijn voorwaarden nodig. Altijd.

Wat zijn die voorwaarden dan? Je ziet ze in de afbeelding: visie, belang, plan, middelen en competentie. Zonder deze voorwaarden creëer je verwarring, weerstand, chaos, frustratie en/of angst.

Een inclusietraject, als je het serieus neemt, is in die zin niet anders dan de implementatie van een nieuw computersysteem of een nieuwe manier van werken. Het is in eerste instantie iets naast het gewone werk, een project met een kop en een start, deadlines en heldere stappen. Uiteindelijk is het de bedoeling dat het (nieuwe computersysteem, de nieuwe werkwijze, inclusie) onderdeel is van het gewone werk of deel is van de bedrijfsvoering.

Logisch dus dat de verandering tijdelijk iets meer vraagt; of dat nu mensen, middelen of instrumenten zijn. Of alle drie. Soms heb je de expertise zelf niet in huis. Dan haal je die op bij een externe partij en hopelijk denk je na over de borging zodat je niet eeuwig van die partij afhankelijk bent. Altijd vraagt het om iets van de medewerkers en hopelijk zorg je ervoor dat de sleutelfiguren binnen he bedrijf niet overbelast worden met én net zoveel output te leveren als anders én deze extra taak. En, ook al roept dit weerstand op bij de mensen die bedenken dat inclusie er moet zijn, het kost altijd geld. Of dat nu is omdat je een externe inhuurt, of omdat je mensen tijd geeft met het thema aan de slag te gaan, of omdat je instrumenten inkoopt, of omdat je leidinggevenden een training geeft. Wat de reden ook is, je zult er budget voor vrij moeten maken. Logisch, dat doe je ook bij een nieuw computersysteem en ook bij een organisatieverandering.

Inclusie is veranderen. Verandering is altijd moeilijk en heeft voorwaarden om succesvol te zijn. Dus laten we hier vooraf eerlijk over zijn. Net als je geen marketingbureau inhuurt wanneer je daar de middelen niet voor hebt, kan je ook niet serieus met inclusie aan de slag zonder dat budget. Natuurlijk kan je wel een losse training volgen of een heidag organiseren. Beiden zullen waardevol zijn, maar hebben een heel ander resultaat dan een verandertraject.

Dus wees realistisch: wat is je doel, wat wil je bereiken? Kan dit nu, heb je alles wat je ervoor nodig hebt? Zo ja, pak het dan serieus aan zoals je met elk verandertraject zou doen. Zo niet, kijk wat je wel kunt en in hoeverre dit aansluit bij je ideaalbeeld. En maak een plan. Wanneer kan je wél serieus aan de slag en wat moet je doen om daar te komen.

Twijfel je waar jouw organisatie staat? Plan een gratis strategiegesprek in via info@natuurlijkinclusief.nl.

 

 

 

Meten is weten

Meten is weten

Steeds meer organisaties zetten in op diversiteit en inclusie. Vaak kunnen ze wel een beetje hulp kunnen gebruiken bij het neerzetten en/of implementeren van hun D&I beleid. Een van de manieren waarmee Natuurlijk Inclusief® ondersteunt is door het uitvoeren van een personeelsscan met diversiteitskenmerken. Het kan voor werkgevers namelijk heel belangrijk zijn deze informatie op te halen en te verwerken; bijvoorbeeld omdat ze het percentage werknemers met een migratieachtergrond omhoog willen krijgen. Echter, als organisatie mag je dit niet zelf registeren en volgen van de AVG (zie onze factsheet Registratie Persoonsgegevens)

 

Een manier om diversiteitskenmerken binnen je organisatie te meten is door middel van een vragenlijst die anoniem kan worden ingevuld. Werknemers kunnen dan zelf kiezen welke vragen ze beantwoorden, in de wetenschap dat deze informatie niet naar hen terug te leiden is. Als organisatie ontvang je van ons op statisch en kwalitatief niveau informatie voor inzicht in de diversiteitskenmerken en hoe inclusie wordt ervaren.

 

Deze 0-meting geeft waardevolle informatie over de samenstelling van het personeelsbestand en de behoeften van de medewerkers. Door vragen op te nemen over veiligheid en benodigdheden op de werkvloer krijgt de organisatie waardevolle feedback op de keuzes die vanuit het diversiteitsbeleid worden gemaakt. Na de 0-meting zetten we een monitor op zodat je in de jaren erna kan blijven volgen hoe het binnen je organisatie met de diversiteit en inclusie gaat.

 

De 0-meting en diversiteitsmonitor leveren waardevolle informatie over je organisatie die verder gaat dat aantallen. Zo kreeg een bedrijf dat wij ondersteunen terug dat er behoefte was aan een stilte kamer. Sommige werknemers wilden die kamer benutten voor meditatie of gebed, anderen om te ontprikkelen en ook kolven werd genoemd. Belangrijke signalen over maatregelen die bijdragen aan welzijn op de werkvloer. Nog belangrijker ook daadwerkelijk iets met die signalen te doen.

 

Wat je doet met de informatie die je ophaalt is daarmee nog het meest belangrijk. Het gaat niet puur om vinkjes te kunnen zetten of cijfers te verzamelen. Organisaties die daadwerkelijk een verschil willen maken op het gebied van diversiteit en inclusie kunnen de uitkomsten gebruiken om hun beleid aan te scherpen, anders te werven en te werken aan veiligheid op de werkvloer.

 

Er zitten mensen achter de statistieken en zolang we dat voor ogen houden, is meten een zinvol en belangrijk instrument. Meten is weten zeggen ze. Wij voegen daaraan toe: weten wie je werknemers zijn geeft je ook de verantwoordelijkheid ze te zien, te ondersteunen en te koesteren. Uiteindelijk is de mens je belangrijkste kapitaal.

 

Voor meer informatie over de diversiteitsmonitor neem je contact op via info@natuurlijkinclusief.nl.

 

 

 

 

Autisme voor mij is…

Autisme voor mij is…

Hoe is het nou eigenlijk om autisme te hebben? Stel de vraag aan 10 autisten en je krijgt 10 verschillende antwoorden. Autisme is voor iedereen anders. Het is niet voor niets een spectrum. Toch zijn er onderdelen waarop elke autist moet scoren om het ‘label’ te kunnen ontvangen. Dit zijn de criteria die genoemd staan in het diagnostische handboek voor de ggz (DSM). Daarnaast zijn er ontzettend veel kleine gedragingen, situaties en bijzonderheden waaruit het autisme van een persoon kan spreken. Bewust of onbewust. En grappig genoeg geldt vaak: hoe persoonlijker en eigener, hoe herkenbaarder. De afgelopen jaren ben ik veel mensen met autisme gaan volgen online en vind ik veel herkenning in de persoonlijke verhalen van anderen.

Hieronder een greep uit mijn leven van de afgelopen tijd. De lijst is oneindig veel langer als je ook mijn jeugd erbij haalt, of specifieke fases in mijn leven. Daarom een willekeurig kijkje in mijn brein op dit moment. 10 dingen die mij kenmerken. Wie weet levert het herkenning op, bij jezelf of bij iemand in je omgeving. Veel dingen zullen misschien ook herkenbaar zijn voor mensen zonder autisme. We zijn immers net mensen 😉.
Het verschil is alleen: waar het voor anderen af en toe vervelend is, is het voor ons vaak intenser, langduriger en niet uit te zetten. Niet een paar eigenaardigheden, maar iets dat overal doorheen loopt.

  • 2 uur in bad blijven liggen omdat eruit stappen zo’n grote verandering brengt in temperatuur.
  • De keuken in mijn nieuwe huis schoonmaken en minutieus centimeter voor centimeter elk plekje grondig poetsen, waardoor de klus een hele dag kost.
  • Opeens in de ban zijn van een muzieknummer en het vanaf dat moment continu op repeat afspelen. Achter elkaar, urenlang.
  • Gesprekken vooraf repeteren en na afloop tot in den treure evalueren en analyseren. Tot jaren nadien.
  • Ingaan op de letterlijke woorden die mijn partner uitspreekt en daardoor in een discussie belanden. Terwijl hij het helemaal niet zo precies bedoelde, en meer een abstracter gevoel of idee wilde overbrengen dan een nauwkeurig uitgedacht plan.
  • Ontdekken dat er een larve van een Afrikaanse keversoort van mijn zoon is uitgekomen en samen met hem helemaal door het dolle zijn, in no time alles over de kever opzoeken en elkaar enthousiast feitjes toeroepen.
  • 5 uur lang onafgebroken kunnen zitten werken zonder mijn concentratie te verliezen.
  • Een geïrriteerd mailtje naar de aannemer sturen waarin ik hem onomwonden mijn ergernis laat blijken, maar zijn antwoord niet durven lezen.
  • Als ik een pakketje verwacht, niks anders kunnen doen dan wachten op het pakketje, de track & tracecode om de minuut verversen en pas rusten als het pakketje is geleverd. Bij meerdere te verwachten pakketjes een verzamelbestand maken met een tabel met het product, leverancier, het verwachte aankomsttijdstip en de traceercode.
  • Zonder angst meedoen aan tv-opnames, maar geen installateur durven bellen om een nieuwe cv-ketel te laten installeren.

Wie herkent zich?

 

 

Blog Crystal Ziel: Het risico op chronische stress

Blog Crystal Ziel: Het risico op chronische stress

In mijn 15 jaar ervaring als specialist stress-sensitief werken heeft het mij altijd verbaasd dat het thema in de hoek van armoede en schulden is gebleven. Begrijp me niet verkeerd, zo begon het ook bij mij. Toen ik actief werd binnen de armoedebestrijding, nam ik mijn ervaringen met armoede en de ervaringen van anderen mee. Aan professionals en vrijwilligers legde ik uit wat armoede met het denken en doen van mensen doet, iets wat ik later wist te onderbouwen vanuit de neuropsychologie.

Ook de wetenschap begon in deze hoek. Veel van wat we weten over chronische stress komt uit onderzoeken naar mensen in armoede en/of met schulden. Nederlandse onderzoekers namen deze kennis mee en introduceerden de term ‘stress-sensitieve dienstverlening’. Binnenlandse onderzoeken toonden ons dat het brein van mensen met hoge schulden te maken heeft met chronische stress en dat daarom onze reguliere aanpak vaak niet werkt; iets waar ik vanuit de praktijk over mee kon praten.

Inmiddels weten we dat heel veel doelgroepen het risico lopen op chronische stress, waaronder mantelzorgers, ex-gedetineerden, mensen met een beperking en mensen die worden gediscrimineerd. En dan raken we ineens het thema inclusie. Want wil je dat deze groepen mensen (en meer) goed mee kunnen doen aan de maatschappij, dat ze onderdeel zijn van en geen onnodige obstakels hebben, ontkom je dan aan het thema stress?

Een voorbeeld: een man die ik ken solliciteerde bij een inclusieve werkgever. Dit bedrijf deed er van alles aan om zo inclusief mogelijk te zijn. Zo maakten ze gebruik van een objectieve werving- en selectiemethode – elke kandidaat kreeg dezelfde vragen in dezelfde volgorde met evenveel tijd om te antwoorden. Alle vragen waren gericht op competenties en geen enkele op een zogeheten ‘klik’. Prachtig zou je denken. Helaas verliep het sollicitatieproces voor de man iets minder ideaal.

Meneer maakt gebruik van een elektrische rolstoel. Hij heeft een aangepaste bus waar deze rolstoel in kan en waarmee hij zelfstandig met eigen vervoer overal kan komen. Zijn leven is, vanwege zijn beperking, een beetje ingewikkeld en vaker wel dan niet zorgt dit voor stress. Die stress heeft negatieve gevolgen. Zo kan hij tijdelijk niet zo goed nadenken of op voorbeelden komen. Kan hij tijdelijk zaken moeilijker overzien en voelt hij zich angstig en alert terwijl er eigenlijk niks aan de hand is. Om die reden vertrok de man ruim op tijd naar de sollicitatie – om onnodige stress te voorkomen. Helaas had hij niet alles zelf in de hand.

De parkeergarage van het bedrijf bleek redelijk vol. Met moeite wist de man zijn wagen te parkeren en met de elektrische rolstoel naar buiten te komen. De stress sluimerde al rond de oppervlakte. Het werd iets groter toen hij nergens een ingang kon vinden die niet naar een trap leidde. Hoe moest hij naar boven? Gelukkig was er een vriendelijke medewerker die hem via de personeelsingang naar binnenliet en naar de receptie begeleidde. Al redelijk aan de late kant en met de stress al hoog zitten, wachtte hij tot hij voor de sollicitatie werd opgehaald. De medewerker die hem kwam halen wist niet hoe naar de juiste ruimte te komen zonder een trap te gebruiken. Minstens tien minuten was er nodig om een route te vinden. Eenmaal binnenkreeg de man niet de ruimte even te landen, maar startte de sollicitatie direct. Immers, ze waren al verlaat. De man kreeg te horen dat hij exact vier minuten had voor elke vraag en dat was de druppel die de emmer deed overlopen.

Zijn reis naar de sollicitatieruimte toe was lichamelijk zwaar geweest en had hem veel stress opgeleverd. Resultaat was dat hij dichtklapte en, zo zei hij later zelf, de meest slechte sollicitatie ooit had. Niet alleen was hij niet tot zijn recht gekomen, hij was daar niet eens in de buurt geweest. De inclusieve aanpak bleek excluderend waar er geen ruimte was voor het omgaan met stress.

Deze sollicitatie is een voorbeeld en zo heb ik er talloze: over de begeleiding van ex-gedetineerden, over de werkstress van langdurig mantelzorgers, over het slechter functioneren van mensen die structureel worden gediscrimineerd, over de reacties van jonge alleenstaande ouders, over de angst en het verdriet van mensen in armoede, te veel voorbeelden voor één blog.

Er zijn drie hoofdredenen waarom ik het bizar vind dat we in Nederland niet meer doen met stress-sensitieve aanpakken:

  1. We doen mensen tekort door een beroep te doen op een brein in de overleefstand;
  2. We doen onszelf tekort doordat we onze doelen niet halen wanneer ze onvoldoende aansluiten bij mensen met chronische stress;
  3. We doen de samenleving tekort door niet te investeren in een aanpak die uiteindelijk ALTIJD geld bespaart en door niet te investeren in mensen die onderdeel van deze samenleving zijn.

Hierdoor creëren we zwakke schakels en daarmee bedoel ik niet de mensen met chronische stress, maar de zwakke plekken in ons systeem. We negeren dat onze maatschappij steeds meer stress met zich meebrengt voor steeds meer mensen en dat dit negatieve gevolgen heeft voor die mensen én voor de maatschappij. Denk maar eens aan het verzuim dat je voorkomt, de doelen die je als gemeente behaalt, de mensen die weer participeren.

Stress-sensitief werken is geen methode, maar een benadering bestaande uit meerdere onderdelen. Voor mij betekent dit dat er altijd ruimte moet zijn voor perspectief, want perspectief is de basis van alle groei.

Momenteel geef ik 500 exemplaren weg van mijn boek Perspectief! over stress-sensitief werken binnen gemeenten (ook heel geschikt voor maatschappelijke- en zorgorganisaties en onderwijs). Dat doe ik omdat ik het belangrijk vind dat steeds meer mensen begrijpen wat stress-sensitief werken is en hoe belangrijk het is dit in de brede zin mee te nemen. Voor mensen die op zoek zijn naar verdieping, is er de opleiding tot Stress-Sensitief Werker©, een opleiding waar er ook ruimte is voor het leren omgaan met de eigen stress.

Wil je meer weten over dit onderwerp en hoe het samengaat met thema’s als inclusie, zorg en veiligheid, nazorg ex-gedetineerden, onderwijs en meer? Neem dan contact met me op via info@partnersinperspectief.nl. Hieronder vind je de link naar het gratis boek en meer.

Het belangrijkste dat ik je vandaag wil meegeven is dat het risico op chronische stress bij zoveel meer groepen leeft dan we vaak denken. Je maakt impact door hier aandacht voor te hebben en het verschil door het voor te leven. Laten we samen bijdragen aan een samenleving waar perspectief en inclusie het uitgangspunt zijn!

 

Link gratis boek: https://arbovitaecom.plugandpay.nl/checkout/perspectief-1764234657

Link gratis Routekaart Stress-Sensitieve Dienstverlening: https://arbovitaecom.plugandpay.nl/checkout/routekaart

Link opleiding Stress-Sensitief Werker©: https://arbovitaecom.plugandpay.nl/checkout/opleiding-stress-sensitief-werker-ai-p4jfl

Link Toolkit Stresssignalen & Interventies: https://arbovitaecom.plugandpay.nl/checkout/toolkit-stresssignalen-interventies-download

 

 

Van intentie naar uitvoering: gebedsvoorzieningen op de werkvloer

Van intentie naar uitvoering: gebedsvoorzieningen op de werkvloer

Steeds meer organisaties willen ruimte bieden voor geloofsbeoefening, maar merken dat de praktische invulling daarvan complexer is dan vooraf gedacht.

Wanneer medewerkers aangeven behoefte te hebben aan een plek om te bidden, wordt vaak eerst gekeken naar een rustige ruimte. Wat in deze fase echter regelmatig over het hoofd wordt gezien, is dat bij gebed met name binnen de Islam ook een moment van voorbereiding hoort, zoals wassing. Zonder die mogelijkheid blijft een gebedsvoorziening in de praktijk onvolledig, waardoor medewerkers alsnog moeten improviseren of uitwijken naar plekken die daar niet voor bedoeld zijn.

Juist daar ontstaat ongemak, terwijl de intentie van de organisatie meestal goed is.

Een gebedsvoorziening werkt het best wanneer gebed en voorbereiding samen worden bekeken. Niet als een groots verbouwproject, maar als een praktische faciliteit die rust, privacy en gebruiksgemak combineert binnen bestaande werkomgevingen.

Vanuit die gedachte is de Hira Gebedspod ontwikkeld: een akoestisch afgesloten ruimte waarin gebed en voorbereiding op 1 plek mogelijk zijn. De voorziening is zo ontworpen dat zij toepasbaar is binnen bestaande gebouwen, zonder ingrijpende aanpassingen, en daarmee geschikt voor organisaties met uiteenlopende huisvestingssituaties.

Voor organisaties en gemeenten die aan het begin staan van inclusie, kan het helpen om dit soort praktische aandachtspunten vroegtijdig mee te nemen. Niet als verplichting, maar als manier om te voorkomen dat medewerkers zelf oplossingen moeten zoeken.

Inclusie zit vaak niet in grote beleidsstukken, maar in het zorgvuldig doordenken van dit soort dagelijkse voorzieningen.

Voor meer informatie: Gebedspods – Ergostoelonline.nl

 

Dit artikel kwam tot stand met dank aan Ernesto Hayirli van Ergostoelonline.

Culturele diversiteit begint niet bij beleid, maar bij houding

Culturele diversiteit begint niet bij beleid, maar bij houding

We zeggen vaak dat culturele diversiteit een kwestie is van beleid, protocollen of trainingen. Maar in de praktijk begint het ergens anders: in onze houding.

Niet in het grote gebaar, maar in het kleine, dagelijkse.

Diversiteit gaat namelijk niet over “wij moeten rekening houden met hen”, maar over hoe we elkaar kunnen ontmoeten zonder aannames. Bij Natuurlijk Inclusief® kijken we eerst naar de mens achter de cultuur. Niet omdat cultuur onbelangrijk is, maar omdat het zonder menselijkheid betekenisloos wordt.

Culturele diversiteit werkt pas wanneer je:

  • Nieuwsgierigheid boven zekerheid zet
  • Luistert zonder direct te interpreteren
  • Je eigen bril herkent (en soms schoonmaakt)
  • Verwachtingen uitspreekt voordat ze botsen

En vooral: wanneer je accepteert dat je soms fouten maakt.
Dat hoort erbij. Inclusie zonder ongemak bestaat niet.

Cultureel sensitief werken is dus minder een vaardigheid en meer een gewoonte: elke dag weer kiezen voor verbinding.

De kracht van eenduidige ketensamenwerking

De kracht van eenduidige ketensamenwerking

Casussen lopen niet altijd vast op gedrag van cliënten, maar vaak op ruis in de keten. Eenduidige samenwerking is de ruggengraat van effectieve nazorg.

De grootste knelpunten in ketensamenwerking zijn een onduidelijke rolverdeling, wisselende contactpersonen en gebrek aan gezamenlijke taal.

Wat wél werkt:

  • Eén vast aanspreekpunt (casusregisseur)
  • Gezamenlijke verwachtingen en besluitvorming
  • Regelmatige, korte contactmomenten

Eenduidigheid vergroot stabiliteit. Stabiliteit verlaagt risico. En minder risico opent ruimte voor herstel. Daarom is het belangrijk in te zetten op een eenduidige ketensamenwerking.

Direct toepasbare stappen:

  • Stel één communicatiekanaal in
  • Herhaal afspraken expliciet
  • Maak escalatielijnen voorspelbaar

Natuurlijk Inclusief® ondersteunt gemeenten en partners bij de samenwerking rondom complexe casuïstiek binnen het Sociaal Domein en binnen Zorg & Veiligheid.

Voor meer informatie en/of een kennismakingsgesprek mail je naar info@natuurlijkinclusief.nl.

De belangrijkste inclusiedagen van het eerste kwartaal

De belangrijkste inclusiedagen van het eerste kwartaal

Het eerste kwartaal van 2026 is onderweg. Tijd om vooruit te blikken naar de belangrijke inclusiedagen van januari t/m maart:

  • 4 januari Wereld Braille dag
  • 25 januari Nationale Holocaust Herdenking
  • 27 januari Internationale Herdenkingsdag voor de Holocaust
  • 1 – 28 februari Black History Maand
  • 2 februari Dag van het Oorsuizen
  • 4 februari Wereld Kankerdag
  • 15 februari Wereld Kinderkanker dag
  • 20 februari Dag van de Sociale Rechtvaardigheid (VN)
  • 28 februari Rare Disease Day
  • 1 maart Internationale Rolstoeldag
  • 1 maart Zero Discrimination Day (VN)
  • 3 maart World Hearing Day
  • 8 maart Internationale Vrouwendag
  • 7 – 15 maart Week van de Hoogbegaafdheid
  • 17 maart Werelddag van het Maatschappelijk Werk
  • 21 maart Internationale Dag ter Bestrijding van Racisme en Discriminatie
  • 25 maart Internationale Herdenkingsdag van de slachtoffers van slavernij en de Trans-Atlantische slavenhandel (VN)
  • 28 maart – 4 april Autismeweek

De komende drie maanden zal je deze thema’s op onze socials voorbij zien komen. Mis je nog een dag – laat het ons weten via info@natuurlijkinclusief.nl.

Zichtbaar

Zichtbaar

Eén van onze trainers, Arash Kargar, geeft regelmatig trainingen en bewustwordingssessies aan directie- en managementteams. De insteek van Arash in inclusief leiderschap is aandacht te hebben voor de diversiteit die we allen al zijn. Naast de onderdelen die meestal naar boven komen bij een gesprek over diversiteit (migratieachtergrond, huidskleur, beperking, enz.) gaat Arash in op de ‘onzichtbare diversiteit’ – onderdelen van wie je bent die niet aan de buitenkant te zien zijn.

Deze insteek is des te meer interessant wanneer je weet dat bijna al onze betrokkenheid bij organisaties gaan over zichtbaarheid. Mensen die nu niet gezien worden en dat wel willen. Mensen die nu wél gezien worden en bang zijn dat dit stopt. Organisaties die erkenning willen voor alle inclusieve dingen die ze al doen. Organisaties die wat ze nog niet doen aan inclusie zichtbaar willen maken.

Bij Natuurlijk Inclusief® snappen we deze behoeften. Het is mens eigen om gezien te willen worden, erkend te willen worden en te worden gewaardeerd. Als de sociale wezens die we zijn, juist in georganiseerd verband, willen we zichtbaar zijn.

Het gaat mis wanneer we voorwaarden stellen aan die zichtbaarheid. Omdat we bang zijn verkeerd begrepen te worden of vinden dat we het nog niet goed genoeg doen. Jammer, want op welk moment van een inclusietraject je ook instapt, het is het juiste moment. Je bent nooit te vroeg en nooit te laat en sluit altijd aan bij het momentum dat jouw organisatie aangeeft.

Wees niet bang te erkennen dat je er nog niet bent. Dat zijn we geen van allen. Elke organisatie heeft onderdelen die kansen bieden op het gebied van inclusie. Net als met alle andere kansen voor je organisatie, weeg je af welke je aanpakt en wanneer.

Wees ook niet bang te vroeg te zijn met het werken aan inclusie. Inclusie is altijd van meerwaarde voor een organisatie. Openstaan om die meerwaarde te ontdekken draagt direct bij aan de doelstellingen van je organisatie. Inclusie helpt je zichtbaar maken wie je bent (als organisatie), wat je doet en welke waarde je bijdraagt.

We zeggen het vaker: inclusie is niet iets ‘erbij’, maar een wezenlijk onderdeel van de organisatie, van de bedrijfsvoering. Dat merk je als je het hebt, dat merk je als je het mist. In een ideale wereld heeft elke organisatie inclusie stevig geborgd in de bedrijfsvoering.

In de wereld waar we nu leven, start je met wat nu het beste past. Misschien doet jouw organisatie eerst een 0-meting om te zien hoe het staat met de diversiteit. Misschien start je met bewustwordingssessies en het trainen van leidinggevenden. Misschien pak je eerst de werving en selectie aan. En ja, misschien ben je wel toe aan het implementeren van een inclusietraject.

Wat je ook doet, je kiest voor wat past bij jouw organisatie. En wanneer je kiest voor Natuurlijk Inclusief® dan garanderen we: je wordt gezien!

Eindejaar blog Crystal Ziel

Eindejaar blog Crystal Ziel

De laatste dag van het jaar, en wat voor een jaar was het! Het jaar dat ik Natuurlijk Inclusief® kocht en het onderdeel werd van Impact Partners. Het jaar dat in het teken leek te staan van ‘inclusief leiderschap’. Het jaar waar inclusie wereldwijd onder druk kwam te staan en waar tegelijk mooie voorbeelden van inclusie ontstonden.

Laat ik met het eerste beginnen, want het was december 2024 dat ik het aanbod kreeg Natuurlijk Inclusief® te kopen. Zoals jullie weten was Natuurlijk Inclusief® onderdeel van de ICQ Groep en stond ik aan het begin van dit nieuwste label dat een bijdrage mocht leveren aan een inclusieve samenleving. Twee en een half jaar als directeur bouwen aan dit prachtige bedrijf later kreeg ik de kans het over te nemen. Ik voelde duidelijk: ik ben nog niet klaar met Natuurlijk Inclusief® en pakte die handschoen op.

Voor wie het niet uit ervaring kent: een bedrijf overnemen en meerdere bedrijven samenvoegen is niet makkelijk. Er komt een hoop bij kijken op het gebied van systemen, platforms, financiën en mensen. Je raakt mensen kwijt, je krijgt er mensen voor terug. Eerlijk is eerlijk – ik was niet op die hectiek en beweging voorbereid. Dat vind ik overigens niet erg, gooi me maar in het diepe, dan leer ik het snelst.

Een factor die ik er niet bij had zien komen was een verslechtering van mijn al kwetsbare gezondheid. Ik heb nu bijna 4 jaar Long Covid en heb in die jaren veel in moeten leveren. Werken werd niet langer vanzelfsprekend en steeds vaker moest ik een stap terug doen. Dat was prima, paste ook bij mijn rol, maar tijdens een overname niet heel handig, kan ik vertellen.

Tegelijk kon ik erop vertrouwen dat onze fantastische trainers en adviseurs het dagelijks werk overnamen. Zo heb ik met plezier gekeken naar de ontwikkelingen op het gebied van trainen die ik niet had voorspeld, maar stevig kon omarmen. Het bleek namelijk een jaar waar er vraag was naar trainingen voor leidinggevenden en bestuur. Prachtig om te zien hoe divers onze trainers en dus onze trainingen zijn. Van leerstijlen tot dialoogsessies en van praktische invulling tot aan ‘onzichtbare diversiteit’- het kon allemaal en het sloot aan.

Mede door deze ontwikkelingen heb ik de nieuwe focus van ons bedrijf ingezet. We laten de activiteiten rond de Wet banenafspraak los en geven het stokje door aan ons zuster platform Sociaal Domein Online. Ook stoppen we met de dienstverlening rondom SROI, met uitzondering van onze huidige en vaste klanten. In het nieuwe jaar staan onze opleidingen en trainingen en onze adviesafdeling centraal. We richten ons primair op inclusie, HR en Zorg & Veiligheid.

Wanneer je iets loslaat, ontstaat er ruimte voor andere zaken. De komende tijd werken we aan de laatste loodjes die voortkomen uit de overname en het inzetten van de nieuwe richting en structuur. Dus zie je gaandeweg zaken veranderen – dat klopt! Wat blijft is dat we onze expertise op verschillende manieren met je delen. Altijd vanuit de gedachte dat een inclusieve samenleving en arbeidsmarkt absoluut mogelijk is en dat iedere organisatie impact kan maken.

Het is gemakkelijk om vandaag de dag te denken dat al deze inzet op inclusie geen zin heeft. Er gebeurt veel op het wereldtoneel, zorgelijke zaken die de rechten en vrijheid van mensen onder druk zet. We hebben misschien het idee dat we geen invloed hebben op dat grotere geheel.

Maar dat is nu het mooie aan inclusie: we zíjn onderdeel van het grotere geheel en dus hebben we er zeker invloed op. Met een woord, een gebaar, het vasthouden van iemand, het betrekken van een ander, door simpelweg de haatdragende woorden niet te herhalen en door ons te blijven uitspreken vóór een wereld waar perspectief en inclusie centraal staan.

Dus laat het nieuwe jaar je inspireren om inclusie voor te leven, elke dag. Inclusie gaat (ook) over jou en mij. En de buurvrouw, en de slager, en de docent van je zoon, en de ondernemer om de hoek; inclusie gaat over ons allemaal. Samen brengen wij de wereld in beweging. Zonder twijfel. Altijd.

Een voorspoedig en inclusief Nieuw Jaar gewenst!

 

De basis van mensgerichte nazorg ex-gedetineerden

De basis van mensgerichte nazorg ex-gedetineerden

In november lanceerden we de eerste editie van de opleiding Integrale Nazorg Ex-gedetineerden. Een belangrijk onderdeel van deze opleiding is de mensgerichte insteek. Wat is dat eigenlijk: mensgerichte nazorg detentie?

Mensgerichte nazorg detentie draait om het erkennen van de mens achter de casus, zonder het zicht op veiligheid en ketenafspraken te verliezen. Alle onderdelen op een rij:

  1. Wat is mensgerichte nazorg detentie?

Mensgerichte nazorg detentie is een combinatie van veiligheid, verbinding en perspectief. Het gaat om stabiliteit, eenduidigheid en het begrijpen van wat iemand nodig heeft om duurzaam vooruit te komen.

  1. Waarom het nu belangrijker is dan ooit

Professionals ervaren stijgende casusdruk en toenemende complexiteit. In een versnipperde keten is mensgerichte nazorg detentie geen luxe, maar een vereiste om escalaties te voorkomen.

  1. De kernprincipes
  • Eerst rust, dan richting
  • Kleine interventies, groot effect
  • Samenwerking boven protocollen
  • Veiligheid en menselijkheid in balans
  1. Wat organisaties direct kunnen toepassen
  • Heldere afspraken tussen ketenpartners
  • Structurele reflectiemomenten
  • Betere afstemming bij overdrachten

Hoe je dit vormgeeft binnen jouw gemeente of organisatie leer je tijdens de opleiding.

De tweede editie van de opleiding Integrale Nazorg Ex-gedetineerden zal in april 2026 starten. Meld je aan voor de wachtlijst.

De Kracht van Iedereen – Inclusie gaat (ook) over jou!

Het gaat over jou

De laatste tijd zien we een stroomversnelling. De gesprekken over diversiteit en inclusie (D&I) zijn niet langer een ‘nice to have’, maar een must have op elke agenda. Recente gebeurtenissen laten één ding duidelijk zien: we laten nog te veel waardevol talent onbenut. Dit is een kans!

Het Natuurlijk Inclusief® Perspectief

Bij Natuurlijk Inclusief® draaien we de knop om. Waar anderen focussen op de drempels, focussen wij op de mogelijkheden. Een inclusieve samenleving en werkvloer is geen liefdadigheidsproject; het is de slimste, meest efficiënte en meest mensgerichte manier van ondernemen en samenleven.

  • Het VN-verdrag Handicap en Toegankelijkheid: Steeds vaker zien we hoe de roep om toegankelijkheid (fysiek, sociaal en digitaal) luid en duidelijk klinkt. Dit is de perfecte aanleiding om verder te kijken dan de letter van de wet. Toegankelijke communicatie (denk aan B1-niveau of ondertiteling) en een fysiek toegankelijke werkplek zorgen er niet alleen voor dat mensen met een functiebeperking kunnen meedoen, maar maken de ervaring beter voor iedereen.
  • De Schatkist van Neurodiversiteit: Er is groeiende erkenning voor neurodiversiteit (zoals autisme, ADHD, of dyslexie) als een bron van unieke talenten, niet als een beperking. Organisaties die hierin investeren, door bijvoorbeeld een rustige werkplek te bieden of duidelijke instructies, ontsluiten een collectieve intelligentie die innovatie en probleemoplossing een enorme boost geeft. Dit is slim werkgeverschap!
  • Arbeidsmarktkrapte als Driemaal Goud: De aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt maakt de urgentie alleen maar groter. Waarom blijven we vissen in dezelfde vijver, terwijl er groepen zijn — zoals mensen met een arbeidsbeperking, 50-plussers, of werkenden met een migratieachtergrond — die klaarstaan om een waardevolle bijdrage te leveren? Dit is hét moment om SROI, de Wet Banenafspraak en inclusief beleid te zien als de oplossing voor het tekort aan personeel.

Tijd voor Échte Actie: Doe je Mee?

Inclusie is geen vinkje. Het is een beweging. Het zit in het DNA van een organisatie die begrijpt dat de grootste waarde zit in het laten floreren van álle talenten. Natuurlijk Inclusief® staat voor:

  1. Bewustzijn Creëren: Door niet alleen te praten over D&I, maar het te voelen en te zien in elke laag van de organisatie.
  2. Drempels Verlagen: Van objectieve wervings- en selectieprocedures tot het aanpassen van de werkplek (fysiek en mentaal). Maak meedoen makkelijk!
  3. Verbinden en Delen: Deel successen, deel kennis. Inclusie is samenwerken, in plaats van afhankelijk zijn van wat de overheid regelt. Wij zorgen voor een inclusieve samenleving die wérkt.

Laten we de recente aandachtspunten gebruiken als een krachtige startmotor. Iedereen verdient een plek. Iedereen heeft waarde. De weg naar een natuurlijk inclusieve samenleving ligt open. Het enige wat we hoeven te doen, is er vol energie en overtuiging overheen lopen!

Ben je klaar om de kansen van inclusie en neurodiversiteit binnen jouw organisatie te verzilveren? Plan een strategiegesprek via info@natuurlijkinclusief.nl of 06-18233493

Nieuwe column Arash Kargar: De mentale kilometers

column Hanneke Poelmans: Werken en winnen

Slimme oplossingen voor het ravijnjaar

Slimme oplossingen voor het ravijnjaar

Natuurlijk Inclusief® werkt dagelijks aan grote opdrachten bij en slimme oplossingen voor gemeenten. Dit doen we op de bekende thema’s, maar net een beetje anders. Vanuit onze 13 jaar ervaring bij, met, voor 25 gemeenten, weten we hoe ingewikkeld integraal werken is, hoe uitdagend de continue bezuinigingen zijn én weten we dat er meer mogelijk is dan veel gemeenten denken, zelfs met de forse bezuinigen vanaf 2026.

Dit komende ‘ravijnjaar’ maakt het voor gemeenten nodig nog scherpere keuzes te maken dan anders en helaas gaat dat vaak over welke voorzieningen en/of projecten kunnen blijven en welke niet. Maar hoe doe je dat op een zuivere manier die financieel wél impact maakt, maar zo min mogelijk negatieve impact op inwoners heeft?

Op deze vraag geeft Natuurlijk Inclusief® antwoord:

  1. Maatschappelijke en financiële impactmeting

Een impactmeting geeft uitsluitsel over de maatschappelijke en financiële waarde van een initiatief. Met de complete methode die wij samen met ReflectieWijs ontwikkelden, maken we inzichtelijk tot welke uitgaven of besparingen de voorziening leidt en welke beleidsterreinen hier de meeste gevolgen van zien.

Voor gemeenten in de regio Twente hebben we bijvoorbeeld de maatschappelijke en financiële impact gemeten van een detentievoorziening voor gedetineerden met onbegrepen gedrag en hiermee inzichtelijk gemaakt wat deze per jaar bespaart aan Wmo en Participatiewet gelden. Hierdoor kon goed worden beoordeeld of de kosten en baten in balans waren en wat de maatschappelijke impact is van deze preventieve voorziening.

  1. Bezuinigen met oog voor de mens

Wanneer het nodig is te bezuinigen zonder dat de dienstverlening aan inwoners in een kwetsbare situatie hieronder lijdt, beoordelen wij verschillende bezuinigingsscenario’s op de (negatieve) impact op inwoners, de mogelijkheden de dienstverlening te vervangen met (goedkopere) alternatieven en de besparing die het oplevert. Dit levert voor de gemeente een overzicht op dat in één oogopslag duidelijk maakt wat de impact van de bezuinigingsscenario’s is.

Hierdoor kan en keuze gemaakt worden die bijdraagt aan de benodigde bezuiniging en nog altijd de doelstellingen ondersteund. Het overzicht helpt ook bij het gesprek met College en Raad. In de gemeente Woerden wisten we op deze wijze bezuinigingen op het armoedebeleid door te voeren zonder dat de inwoners in een kwetsbare situatie hier negatieve gevolgen van zagen.

 

Ook voor jouw gemeente is er meer mogelijk dan je nu misschien ziet. Het vraagt alleen net een beetje anders kijken en dat is makkelijker voor een adviseur die niet onderdeel is van de gemeente waar de uitdaging speelt.

Onze adviseurs nemen jarenlange (gemeentelijke) ervaring mee, denken vanuit integraliteit en bedenken dagelijks slimme oplossingen voor complexe problemen. Ze denken graag met jou mee. Dat kan via een adviesgesprek. Weet je al dat je wilt gaan voor één van bovenstaande oplossingen, plan dan een strategiegesprek in met Crystal Ziel via crystal@natuurlijkinclusief.nl.

Optimaliseer de nazorg van ex-gedetineerden in 2026

Optimaliseer de nazorg van ex-gedetineerden in 2026

Op 15 januari starten we, in samenwerking met Partners in Perspectief, met de opleiding  nazorg ex-gedetineerden. Het bijzondere aan deze opleiding is de toevoeging van het onderdeel ‘stress-sensitief werken’ en de geïntegreerde adviesdienst. Hoe gaat dit in zijn werk?

Gedurende 6 maanden hebben deelnemers elke twee weken een online les over alle onderdelen van nazorg detentie – de wettelijke taak, de doelgroepen waar overlap mee is, de interne samenwerking, de samenwerking met partners, de registratie in de systemen en hoe de rol in te richten. Elke les is terug te kijken in de online leeromgeving.

De toevoeging van ‘het inrichten van de rol’ kwam tot stand omdat we bij veel gemeenten zien dat de taak van nazorg ex-gedetineerden niet (goed) gepositioneerd is waardoor er geen taakomschrijving is, geen profiel en geen doelgroepomschrijving. Bij de meeste gemeenten werken de coördinatoren nazorg detentie namelijk ook met andere inwoners in een kwetsbare situatie.

Deelnemers leren tijdens de opleiding dus alles wat je nodig hebt voor de rol én voor het verstevigen van de rol. Daarnaast leren deelnemers over chronische stress, stress-sensitief werken en hoe om te gaan met de eigen stress.

Naast de lessen bieden we een geïntegreerde adviesdienst. Dit betekent dat elke deelnemer 6 sessies aangeboden krijgt die gaan over de uitdagingen binnen hun eigen rol of eigen gemeente. Wat we binnen de looptijd van de opleiding (6 maanden) kunnen oplossen, lossen we op. De deelnemende gemeente krijgt een advies op maat, zonder dat ze daar een aparte consultant of adviseur voor hoeven in te huren.

Dit betekent dat gemeenten de kosten van de opleiding zowel uit een scholingsbudget of uit een inhoudelijk budget (zorg en veiligheid) kunnen bekostigen. De kosten voor de gehele opleiding zijn €3.333,-. Betaling kan in 1 keer of in 3 termijnen.

Inhoud van de opleiding:

  • 12 online lessen
  • Toegang tot een online omgeving met veel materiaal en extra informatie
  • Het boek Perspectief! over stress-sensitief werken binnen gemeenten
  • 6 sessies over een eigen/ gemeentelijke uitdaging
  • Oplossing en/of advies op maat + uitgewerkt rapport
  • 6 maanden lang individuele begeleiding via Whatsapp- of telefonische coaching

Deze opleiding is het resultaat van vele jaren ervaring binnen zorg en veiligheid en specifiek de nazorg van ex-gedetineerden. We hebben bij verschillende gemeenten de herinrichting en optimalisatie van deze wettelijke taak verzorgd. De meest voorkomende uitdagingen hebben we meegenomen in deze opleiding.

Binnen de meeste gemeenten zijn meer dan 1 persoon actief met het thema nazorg detentie. Daarom kennen we een korting toe bij meerdere deelnemers vanuit 1 gemeente: 15% korting op de totaalprijs bij twee deelnemers en bij drie of meer deelnemers vanuit dezelfde gemeente is die korting zelfs 20%. Uiteraard krijgt elke deelnemer dan nog steeds individuele begeleiding die bij de opleiding hoort.

We durven wel te stellen dat er geen opleiding nazorg ex-gedetineerden is zoals deze. Geen andere opleiding nazorg detentie biedt inzicht in stress-sensitief werken en de geïntegreerde adviesopdracht is uniek binnen dit thema.

Mocht je toch willen overleggen om te zien of deze opleiding iets voor jou is, dan plannen we met plezier een kennismaking in. Dat kan door een mail te sturen naar opleidingen@natuurlijkinclusief.nl of te bellen naar 06-18233493.

Nieuwe column Hanneke Poelmans: Gewoonte

Hanneke Poelmans

Fotografie: Bianca Toeps

Gewoonte

Mijn vader was kok. Al had hij zijn koksmuts al voor mijn geboorte aan de wilgen gehangen en werkte hij de rest van zijn werkzame leven verder op kantoor. Maar bij familiegelegenheden kookte hij steevast de sterren van de hemel. Het kerstdiner was en is altijd een waar feest met meerdere gangen en verrassende gerechten. Nog steeds kookt hij elke avond voor mijn moeder en zichzelf een verse maaltijd.

Helaas heb ik zijn culinaire genen niet geërfd. Zelf kan ik nog net een ei bakken. Toen ik voor het eerst op kamers ging wonen belde ik mijn vader bijna elke avond: hoelang moet de pasta koken, wat gaat er in een boerenomelet? Zelfs na 20 jaar op mezelf is koken nooit een gewoonte geworden. Sterker nog: het is een dagelijkse worsteling.

Veel mensen met autisme hebben moeite met executieve functies – de regelfuncties van je hersenen die helpen om doelgericht te handelen, plannen en je gedrag te sturen. Koken is daar een perfect voorbeeld van. Na een dag vol prikkels (en die zijn er altijd) heb ik vaak geen energie meer om te koken. Er komen zoveel handelingen bij kijken dat ik al moe word voordat ik eraan begonnen ben. Ik moet nadenken over wat ik wil eten (zo gevarieerd mogelijk), plannen, boodschappen doen, koken (meerdere handelingen tegelijk) en – in de woorden van mijn vader – ‘het moeilijkste van koken’: opruimen.

Natuurlijk kun je al dat allemaal plannen en voorbereiden. Dat doe ik ook. Maar het blijft me veel energie kosten, en het gaat nooit automatisch. Uit onderzoek blijkt dat het gemiddeld 66 dagen duurt om een nieuwe gewoonte aan te leren. Voor complexere dingen, zoals gezonder eten, zelfs 254 dagen. Voor mensen met autisme kan dat nog langer duren. En hoewel gewoontes daarna juist standvastiger zijn, is het me nog nooit echt gelukt.

Ik heb alles geprobeerd: kookboeken, maaltijdboxen, kant-en-klaar, diepvriesmaaltijden. Niks beklijfde. Als student at ik vaak dagenlang hetzelfde: tortellini’s met kant-en-klare saus. Dat zou ik nu nog steeds kunnen. Het voordeel van autisme is dat herhaling me niet stoort. Mijn zoon heeft dat ook: als hij bij mij is, maak ik altijd dezelfde gerechten. Eén recept – grappig genoeg ook tortellini’s, maar dan met zelfgemaakte saus – maak ik al sinds zijn peutertijd.

Afgelopen zomer probeerde ik iets nieuws. Met behulp van AI wilde ik gezonder eten en afvallen. Via een app maakte ik foto’s van mijn maaltijden en kreeg direct te zien hoe gezond ze waren: hoeveel eiwitten, vetten en koolhydraten erin zaten. Dat gaf inzicht en leerde me veel over voeding. Uiteindelijk stapte ik over op ChatGPT, dat op mijn verzoek persoonlijke weekmenu’s en trainingsschema’s maakte. Ideaal: ik hoefde niets te kiezen, alles was afgestemd op mijn situatie en ik wist zeker dat ik genoeg voedingsstoffen binnenkreeg.

Het werkte even. Ik at gezonder, probeerde dingen die ik nog nooit had gegeten (quinoa, lijnzaad en linzen) en bewoog elke dag. Ik viel af en voelde me fit. Totdat (werk)stress en vermoeidheid weer toesloegen. Toen viel ik terug op mijn oude gewoonte: snelle, suikerrijke en vette happen. Biologisch gezien is dat logisch: bij stress en vermoeidheid maakt je lichaam meer cortisol en ghreline aan en minder leptine, waardoor je brein snakt naar snelle energie en je eerder grijpt naar vet en suiker.

Toch heeft het iets veranderd. Ik heb nu kennisgemaakt met gezonde opties en kook die wanneer ik energie heb. Het lukt lang niet elke dag (soms wekenlang niet), maar elke keer dat het wél lukt is winst. Wie weet sluipt er zo, héél langzaam, toch een nieuwe gewoonte in.

Nieuwe column Arash Kargar: Van integratie naar inclusie

Arash Kargar

Van integratie naar inclusie

Of Rob Jetten straks als winnaar uit de bus komt, wist ik tijdens het schrijven van deze column nog niet. Maar één zin uit het verkiezingsdebat blijft hangen: “Inclusie is geen luxe, maar een basiswaarde.” Die woorden raken iets essentieels. Terwijl sommige partijen roepen dat “verspillend diversiteitsbeleid moet stoppen”, klinkt bij anderen juist het besef dat vrijheid en verbondenheid samen horen. Bij de debatten ging het soms hard, vooral als het over asielzoekers ging: “We moeten grenzen sluiten, want asielzoekers ondermijnen onze cultuur.” Zulke uitspraken schetsen een beeld waarin de ander vooral als bedreiging wordt gezien.

In discussies over asielzoekers verschuift het gesprek snel naar integratie. Het wordt vaak gebracht als iets dat de ander moet doen. De toon is duidelijk: “Ze moeten zich aanpassen. Ze moeten normaal doen.” Maar wat is normaal? En is dat waar het echt om moet draaien? In werkelijkheid gaat integratie, zoals wij het framen, vooral over onze behoefte om grip te houden op een wereld die verandert — een wereld die we niet kennen en daarom spannend vinden.

Wat als we het anders doen? Minder integratie, meer inclusie. Niet zeggen: “Doe zoals wij.” Maar: “Kom zoals je bent.” Daarmee bedoel ik niet dat alles mag. Gedragingen die tegen de wet ingaan, moeten hard worden aangepakt. Maar deze blik op nieuwkomers biedt kansen. Inclusie creëert ruimte voor verschil, zonder dat iemand zijn identiteit of waarden hoeft te verloochenen. Het geeft kracht en de mogelijkheid om, binnen onze wettelijke normen, jezelf te zijn.

Dit is niet alleen wenselijk voor nieuwkomers, maar ook voor Nederland. De arbeidsmarkt staat onder enorme druk. In de zorg dreigt een tekort van honderdduizenden professionals. In techniek en onderwijs is het niet anders. Tegelijkertijd hebben we in Nederland meer dan een miljoen mensen die niet of nauwelijks meedoen — waaronder statushouders en mensen met een migratieachtergrond. Onderzoek laat zien dat inclusieve organisaties niet alleen meer talent aantrekken, maar ook beter presteren. In een tijd van vergrijzing en personeelstekorten is inclusie dus geen luxe, maar een strategie voor veerkracht en economische vooruitgang. Het is tijd om het gesprek te kantelen: van angst naar kansen, van uitsluiting naar samenwerking.

De verandering begint niet bij de nieuwkomer, maar bij ons. Bij politici die durven anders te kijken. Die asielzoekers eerder als potentie dan als bedreiging zien. We hebben deze mensen nodig. Maar zonder open blik verandert er niets. Want iemand kan nog zo goed Nederlands spreken — als wij niet écht toelaten, blijft die muur staan.

Durven we eindelijk te zeggen: jij mag zijn wie jij bent, en ik blijf wie ik ben — en dat botst niet, dat verrijkt.